Liturgie eerstkomende kerkdienst
Zondag 5 April - 1e Paasdag- morgendienst 10.00 uur
Psalm 68:3
Psalm 81:4
Schriftlezing: Mattheüs 28
Psalm 118:11, 12 en 14
Psalm 40:8
Psalm 32:1 en 6
Tekst: Mattheüs 28:6
Thema: De opstanding van de gekruiste Christus
1. De werkelijkheid van Zijn opstanding (Hij is hier niet; want Hij is opgestaan)
2. De profetie van Zijn opstanding (gelijk Hij gezegd heeft)
3. Het bewijs van Zijn opstanding (Komt herwaarts, ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft).
Vragen:
1. Wat is in de geloofsleer het onderscheid tussen Goede Vrijdag en Pasen? En hoe is dat in de bevinding van Gods kinderen?
2. Niemand was er bij toen Christus opstond uit het graf. Waarom geloven we dan toch dat Hij werkelijk is opgestaan?
3. Waarom zochten die vrouwen zo verkeerd? Het was hen toch om Jezus te doen?
4. Waar wordt in de Bijbel geprofeteerd van de opstanding van Christus?
5. Was het voor hun geloofsleven nodig dat de vrouwen in het lege graf mochten zien?
6. Hebt u/heb jij al eens in het lege graf mogen zien? Of met andere woorden: Is het al eens Pasen in uw/jouw ziel geworden?
Avonddienst 18.30 uur
Psalm 92:1
Psalm 99:8
Schriftlezing: Mattheüs 12:1-21
Psalm 132:8, 9 en 10
Psalm 116:10 en 11
Psalm 37:6
Zondag 38 Heidelbergse Catechismus
Thema: De heiliging van de dag des Heeren
1. De bevordering van de eredienst (Eerstelijk ... onderhouden worden)
2. De waarneming van de eredienst (inzonderheid ... handreiking te doen)
3. De voleindiging van de eredienst (ten andere ... aanvange)
Vragen:
1. Wat is op zondag het belangrijkste? En waarom?
2. Waarom vieren wij de eerste dag van de week en niet de laatste?
3. Ook de scholen worden genoemd? Waarom zou dat zijn? Die zijn toch op zondag gesloten?
4. Is het bij het onderhouden van de rustdag genoeg als we twee keer naar de kerk gaan?
5. Heeft het 4e gebod ook betekenis voor de andere dagen van de week?
6. Wat wordt in het antwoord op vraag 103 bedoeld met 'de eeuwige rustdag'?
2e Paasdag- morgendienst 10.00 uur
Zingen: Psalm 72: 7
Lezen: H.C. 17
Zingen: Psalm 118:12
Zingen: Psalm 103: 2, 3, 11
Zingen: Psalm 63: 2
Zingen: Psalm 16: 6
Schriftgedeelte: Job 19: 13-29
Thema: “Een oudtestamentische paasvrucht”
1. Een levensles
2. De Levensvorst
3. Levenstoekomst
Vragen:
punt 1
⁃ waarvan werd Job beschuldigd door zijn vrouw en vrienden?
⁃ Voor Job is dat heel erg en maakt het lijden alleen maar zwaarder. Wat zegt Job is de verzen 2 en 6 van Job 19? Wat bedoelt hij daarmee?
⁃ In onze tekst vers 25, zegt Job iets heel anders. ‘Want ik weet…’ Hoe zeker is dat weten voor Job? En hoe komt hij daartoe?
Punt 2
⁃ Wat betekent Goël? Kun je dat uitleggen?
⁃ Weet je een voorbeeld uit het oude testament van zo’n losser?
⁃ Job zat op de vuilnishoop en ontmoette toen Zijn Verlosser! Heb jij ook zo weleens naar De Verlosser gekeken?
Punt 3
⁃ Wat wordt er bedoelt met; ‘….Hij zal de laatste over het stof opstaan.’
⁃ Is er een verschil tussen beloften van de Heere en de beloften van mensen?
Parkeren Citadel
1e Paasdag - morgen: open
1e Paasdag - avond : open
2e Paasdag - morgen: open